INTERVIEW MET MELLE DAAMEN

 MelleDaamen-2MelleDaamen-3MelleDaamen-4MelleDaamen-5MelleDaamen-7

 

MelleDaamen-1

Over de interviews

Verandering. Je kunt er een minder beladen woord aan geven: ontwikkeling, of groei. Maar zelf vind ik verandering precies de lading dekken. En uit ervaring – als coach, maar ook als mens – weet ik hoe complex verandering kan zijn (en hoe boeiend, ook.)

In een serie gesprekken bekijk ik het begrip vanuit verschillende invalshoeken. Ik spreek met mensen die al dan niet noodgedwongen een verandering hebben doorgemaakt, of die er een bijzondere mening over hebben. Het zijn mensen die ik bewonder, om de open blik die ze hebben en die ik dankbaar ben, omdat ze de tijd hebben genomen met mij te filosoferen.

 

‘Ik kan heel goed tegen tegenslagen.’

Melle Daamen is directeur van de Stadsschouwburg van Amsterdam. Met hem afspreken, dat is nog niet eenvoudig. Hij twijfelt, is erg druk, ver weg en onverwacht ergens anders. Maar ergens op een druilerige zaterdagmiddag krijg ik een sms: ‘Kan je morgenmiddag?’
Dan kan ik.

Het gesprek zal over verandering gaan, dat is het uitgangspunt. Ik vertel Melle wat ik doe; hij vraagt me waar hij zal beginnen.
‘Sommige mensen denken dat verandering in mensen niet bestaat,’ zeg ik, ‘Maar ik hou vol dat ik echt veranderd ben in de laatste vijf jaren. Ik heb wel eens gelezen dat drama een startpunt van verandering is. Wat vind jij van die stelling?’
‘Het zou best kunnen. Drama’s heb ik zeker gekend,’ antwoordt Melle. ‘En zeker hebben die mijn leven gekleurd. Ja. Ik denk dat ze me hebben veranderd.’

Eigenlijk had ik dat al kunnen weten. Er is een jaar geleden een interview met hem verschenen in het Financieele Dagblad, waarin heeft hij verteld over zijn leven en waarin hij letterlijk gezegd heeft dat hij veranderd is door de dood van zijn vader. Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan interviews die een herhaling zijn van vorige interviews. Dus eigenlijk moet ik niet doorvragen en al helemaal niet doorschrijven. Maar wat hij me vertelt is zo ingrijpend, dat ik luister en schrijf en de stiltes laat voor wat ze zijn.

‘Ik was een nakomertje. Mijn moeder had TBC en kreeg rode hond tijdens de zwangerschap. Als gevolg daarvan ben ik aan een oog blind geboren. De geboorte was moeilijk, ik heb daarna een tijdje in het ziekenhuis gelegen en dat ging er heel anders aan toe dan tegenwoordig. In mijn babyboek heeft mijn moeder geschreven: “Na vijf dagen mochten wij weer op bezoek komen”. Later heb ik ook nog lang in het ziekenhuis gelegen. Dat je dan je ouders niet zag, dat was niet omdat ze ongevoelig waren, dat ging gewoon zo in die tijd.

‘Mijn vader was gek op zeilen. Op zijn 49ste is hij tijdens een van zijn zeiltochten overvaren door een vrachtschip. Natuurlijk was zijn dood een grote schok. Ik was toen twaalf en bleef met mijn moeder over, want mijn oudere broer en zussen waren het huis al uit. Mijn moeder werd depressief. Ik voelde aan de ene kant erg veel verantwoordelijkheid naar haar toe, maar ben de zwaarte thuis ook gaan ontvluchten, in politieke betrokkenheid. We verhuisden van het oosten van het land naar Hilversum. Ik zat al op mijn 16 in de ledenraad van de VPRO en was op mijn 18e al bestuurslid, als secretaris. Je zou kunnen zeggen dat het ontvluchten van een somber thuis mij veel heeft gebracht. Aan de andere kant zat die betrokkenheid sowieso wel in mij. Ik heb een enorm sterk gevoel voor rechtvaardigheid.

‘Nadat mijn vader is overleden tijdens zijn zeiltocht is onze liefde voor het water overeind gebleven. Ik zeil heel graag. Mijn broer deed dat ook, maar ook hem is het fataal geworden, want hij is tweeënhalf jaar geleden verongelukt tijdens een zeiltocht.’

Zoveel afscheid in één leven, hoe ga je daarmee om? Mijn eerste gedachte is dat iemand daar gehavend uit zou komen, depressief, zwaarmoedig. Ik vraag: ‘Zou het kunnen dat jouw verandering er na al die drama’s anders uitziet dan je zou verwachten?
‘Hoe bedoel je?’
‘Dat je niet somber bent, maar dat je 27 jassen hebt aangetrokken om jezelf te beschermen tegen pijn?’
‘Dat zou best kunnen, voor een deel. Ook letterlijk, want in de eerste jaren wist niemand dat ik blind was en ik liep letterlijk tegen deuren. Natuurlijk bescherm je jezelf. Maar zoveel als jij zegt, 27 jassen, dat niet. De eerste dag dat ik hier kwam werken, bijvoorbeeld, veertien jaar geleden, dat was heel erg spannend. Een organisatieverandering doorvoeren in een bedrijf waar tachtig mensen werken, nog los van de horeca waar honderd medewerkers zijn; die eerste dag kwam ik kokhalzend van spanning binnen.
Gelukkig ging het heel goed, maar ook als het anders was geweest, had ik daar mee gedeald. Ik kan heel goed tegen tegenslagen. Ik ben stabiel, en ongelukkig ben ik zelden. Ik heb wel tranen, zoals daarnet, maar ik kan mijn emoties tegelijkertijd makkelijk onder de duim houden. Ik weet niet of dat komt door de tegenslagen in mijn leven. Of door de depressie van mijn moeder. Ik weet eigenlijk niet welke kant op die gebeurtenissen mij veranderd hebben.’

Er valt een weer stilte. Eigenlijk wil ik nog wel even blijven zitten, maar ik heb al meer dan anderhalf uur van zijn tijd gekregen en ik zeg: ‘Ik heb genoeg.’ Melle brengt me naar de uitgang, geeft me drie zoenen ten afscheid en ik denk, moedige man. Succesvol. En gesloten. Wat een heftig verhaal, ik heb er een beetje een zwaar gemoed van. Maar als de deur achter me dichtvalt en ik nog even omkijk, lees ik ‘artiesteningang’ en voel ik me vrolijk en licht. Alweer een mooie deur geopend!

Klik hier om de site van de Stadsschouwburg van Amsterdam te bezoeken

Klik op de foto’s om ze groot te zien

Vul onderaan op de pagina je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van nieuwe posts

 

Leave a Comment