INTERVIEW MET CHRIS SIGALOFF

Chris-6Chris-5Chris-4Chris-3Chris-2

 

Chris

Over de interviews

Verandering. Je kunt er een minder beladen woord aan geven: ontwikkeling, of groei. Maar zelf vind ik verandering precies de lading dekken. En uit ervaring – als coach, maar ook als mens – weet ik hoe complex verandering kan zijn (en hoe boeiend, ook.)

In een serie gesprekken bekijk ik het begrip vanuit verschillende invalshoeken. Ik spreek met mensen die al dan niet noodgedwongen een verandering hebben doorgemaakt, of die er een bijzondere mening over hebben. Het zijn mensen die ik bewonder, om de open blik die ze hebben en die ik dankbaar ben, omdat ze de tijd hebben genomen met mij te filosoferen.

 

‘Liever geen denktanks, maar doetanks.’

Als ik tien minuten te laat aanbel bij Kennisland, komt Chris Sigaloff net aangelopen. ‘Oh, gelukkig, jij bent ook te laat,’ zeg ik opgelucht, en Chris lacht: ‘Ja, de lunch liep een beetje uit.’ Nog voor we boven zijn heb ik opgebiecht dat ik ontzettende honger heb. ‘Dat komt mooi uit,’ zegt Chris, ‘Want ik zie dat de tafel nog gedekt is en we hebben heerlijke salades hier!’ Vrolijke medewerkers zetten een bordje neer en vragen of ik iets wil drinken; het zijn allemaal jonge mensen en ik wil ze stuk voor stuk op de foto zetten in dit kleurrijke pand aan de Keizersgracht, vierhoog.

Chris Sigaloff is directeur van Kennisland. Daarnaast is ze bestuurslid van de Kafkabrigade, toezichthouder van Stichting Kriterion en lid van het internationale netwerk SIX (Social Innovation Exchange). Ik ben blij haar te spreken, omdat Kennisland zich bij uitstek bezig houdt met verandering.

Terwijl ik geniet van de goede lunch, vertelt Chris over een meisje dat ze heeft ontmoet op een bijeenkomst in Pakhuis De Zwijger. Zij had haar studie om persoonlijke redenen niet afgemaakt, had weinig steun uit haar directe omgeving en viel daardoor bij het solliciteren steeds buiten de boot. Dat heeft Chris aangegrepen. ‘Je komaf is onbesproken, maar zó bepalend. Best heftig, de vanzelfsprekendheid daarvan. Zelf neem ik over het algemeen ook alleen academici aan. Het is bijna alsof we in een klassenmaatschappij leven.’
‘Kun je niets voor haar betekenen?’ vraag ik.
‘Dat ga ik wel proberen ja.’
‘Jij hebt je studies zeker wel allemaal afgemaakt?’ vraag ik met een knipoog.
‘Och, ik ben een geluksvogel, mijn komaf is een heel fijne. Ik groeide op op Marken, uit een Amerikaanse vader, pianist, en een Nederlandse moeder, lerares. Wij waren daar buitenstaanders, ‘Ben je een vreemde?’ werd me gevraagd, en ik vond dat leuk. Anders zijn was lekker. Ik groeide op met een natuurlijke stevigheid, met de gave om zelfverzekerd te zijn en sociaal. Studeren is me niet aan komen waaien, ik moest er hard voor werken, dat wel, maar dat vond ik vanzelfsprekend en het lukte ook allemaal, school, studie, twee jaar in het buitenland, mijn eerste baan.

‘Niet lang na mijn studie kwam ik een internationale organisatie in Genève terecht. Daar heb ik gezien hoe veranderingen uitbleven doordat feiten, ratio en vastbijten ze in de weg stonden. Vergadering na vergadering werd er gehouden, maar ondertussen gebeurde er weinig. Ik dacht: zullen we eens iets anders proberen? Ik ben me gaan verdiepen in werkvormen, in hoe je een gesprek begint, in via inhoud een doel te bereiken. Dit interesseerde me. Ook daarna bij Business Universiteit Nyenrode waar ik zo’n negen jaar gewerkt heb, heb ik geleerd dat verandering alles te maken heeft met andere vormen van interactie creëren. Hoe praten we met elkaar? Wat kan je zelf bedenken en dan vooral ook doen?

‘Ik houd van verleiden en ‘stiekem’ veranderen, ik ben allergisch voor veranderd worden van buitenaf. Sommige dingen worden er niet beter van eindeloos besproken te worden, een setting veranderen kan al genoeg zijn. Daarin ben ik het eens met wat Harry zei in jouw eerste interview: schep voorwaarden en verander de context.’

Ik ben benieuwd of dat terug te zien is bij Kennisland, dat de missie heeft ‘De samenleving slimmer (te) maken.’ Hoe doe je dat eigenlijk, en wat is daarvoor nodig?
Chris: ‘Passend bij wat ik eerder zei: aandacht voor de setting en aandacht voor actie. Dingen samen (anders) doen. Geen denktanks, maar doetanks. Ons project Onderwijspioniers – dat gaat over onderwijsvernieuwing – geeft mooi weer hoe we verandering in gang zetten. De grondbeginselen zijn simpel. We werken met leerkrachten die écht willen en bestempelen ze als pionier. We geven ze mandaat en support om echt tot actie over te gaan. We organiseren bijeenkomsten zodat ze elkaar kunnen ontmoeten en er een netwerk kan ontstaan van vernieuwers, aangezien het veel makkelijker is om tot verandering te komen als groep dan als individu. En we helpen ze hun innovatie op te schalen; we geven ze ook toegang tot het beleid.’
‘Hoe komt het dat jullie dat voor elkaar krijgen?’
‘Kennisland heeft een unieke positie. We hebben een uitgebreid netwerk, weten hoe de systemen werken en hoe we de praktijk kunnen benaderen. We zijn een onafhankelijke maar goed verbonden buitenstaander met een reputatie brutaal, maar ook daadkrachtig te zijn.

‘Hoe geweldig ons onderwijspioniers project ook is: het is geen écht baanbrekende verandering, het gaat over verbeteren en optimaliseren.’ ‘Hoe gaat echte verandering in zijn werk?’ vraag ik. ‘Dat gebeurt door je buiten het systeem te bewegen. Laat niet Den Haag spreken en zelfs niet de leerkracht. Maar laat bijvoorbeeld de thuiszitters aan het woord – degenen die buiten de boot vallen en niet meer naar school kunnen. Wat hebben zij nodig om de weg naar passend onderwijs weer terug te vinden? Als je hen aan het woord laat, krijg je zeker andere antwoorden! De krachten van buitenaf beïnvloeden het systeem dan radicaler.

‘Daarom gaan we nu nog verder in onze manier van werken, met Social Labs. Daar gaan we aan de slag met sociale vraagstukken met eindgebruikers (bijvoorbeeld jongeren), professionals en beleidsmakers. En zelf hebben we ook een rol om dit te faciliteren. Deze aanpak boekt successen. Professionals worden geconfronteerd met de gebruikers, beleidsmakers leren van de talenten die jongeren laten zien, jongeren worden serieus genomen en zien dat hun talenten worden benut. Weerstand is er eigenlijk niet, want je pakt een project vanaf het begin samen op.

Het positivisme zit diep, ik ben een waarschijnlijk een zonnekind. Dat maakt trouwens dat ik wel eens twijfel of ik wel met echte tegenslagen om zal kunnen gaan. Wat bijvoorbeeld als mijn ouders straks overlijden – zij zijn een steun en toeverlaat, de generatie boven mij, hoe ga ik erop reageren als die veiligheid wegvalt? Maar ik sta daar niet teveel bij stil. Ik probeer te leven met dezelfde relativering en lichtheid die ik in de projecten van kennisland beoog: niet met de nadruk op (uit)denken, maar op doen en doormaken – en daar weer van leren.

 

Klik hier om de site van Kennisland te bezoeken

Klik op de foto’s om ze groot te zien

Vul onderaan op de pagina je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van nieuwe posts