INTERVIEW MET BAS VAN HOLTEN

BasvanHolten-2BasvanHolten-3basvanholten-9BasvanHolten-5BasvanHolten-6

 

basvanholten-7

Over de interviews

Verandering. Je kunt er een minder beladen woord aan geven: ontwikkeling, of groei. Maar zelf vind ik verandering precies de lading dekken. En uit ervaring – als coach, maar ook als mens – weet ik hoe complex verandering kan zijn (en hoe boeiend, ook.)

In een serie gesprekken bekijk ik het begrip vanuit verschillende invalshoeken. Ik spreek met mensen die al dan niet noodgedwongen een verandering hebben doorgemaakt, of die er een bijzondere mening over hebben. Het zijn mensen die ik bewonder, om de open blik die ze hebben en die ik dankbaar ben, omdat ze de tijd hebben genomen met mij te filosoferen.

 

‘Hier logeren? Je bent welkom.’

Op een zonnige vrijdagmiddag rijd ik een bedrijventerrein in Amsterdam Zuidoost op. Het is niet de meest sexy locatie voor een bedrijf en ik moet even zoeken voor ik het Keynes-gebouw heb gevonden. Als ik binnenloop, verwacht ik een receptie te zien, maar in plaats daarvan lijkt het of ik een een luxe broodjeszaak ben ingelopen. ‘Hallo,’ zegt een vrolijke jongen, ‘Met wie heb je een afspraak?’ ‘Met de CEO, Bas van Holten,’ zeg ik lachend, ‘Ben jij de receptioniste?’
‘Een soort van wel, ja,’ lacht hij terug, en hij stelt zich voor als Melvin. ‘Wil je een kopje koffie of iets anders? Dan waarschuw ik Bas dat je er bent.’

Een paar minuten later loop ik met mijn rolkoffer met cameraspullen achter Bas aan en zeg: ‘Wat is het leuk hier, ik blijf logeren!’ Hij antwoordt lachend: ‘Dat is goed hoor, je bent welkom. Melvin, hebben we hier eigenlijk ook slaapkamers?’

Bas vertelt nu 2,5 jaar bij Merin te werken. ‘Ik was eerst mede-eigenaar bij OVG, ook een heel mooi bedrijf. Op een dag werd ik benaderd door een Engelse en een Amerikaanse stakeholder, of ik wilde meehelpen dit bedrijf dat op de rand van faillissement stond, weer succesvol te maken. Natuurlijk heb ik getwijfeld, maar ik heb me ingekocht en dat blijkt een waardevolle stap te zijn geweest.’
Ik vraag: ’Hoe maak je van een noodlijdend bedrijf een bedrijf dat stáát, zoals het nu doet?’
‘Dat is een langdurend proces, dat we voortvarend ingegaan zijn. We hebben bijvoorbeeld niet alleen de naam veranderd, maar ook alles wat nog de oude naam had meteen weggedaan. Van paperclip tot koffiekop: alles moest weg. Daar was ik rigoureus in. Ik hanteerde de stelling: het verleden bestaat niet meer. Dat was niet altijd makkelijk, nee. Maar het leverde veel op, want met ons nieuwe gezicht konden we op een nieuwe manier onze klanten benaderen. We hebben ze gevraagd wat ze nodig hebben. Maar eerst ben ik ze allemaal onze excuses gaan aanbieden.
‘Waarom?’
‘Omdat een bedrijf dat noodlijdend is in staat is om de telefoon niet meer op te nemen, we hadden een bedroevende naam. Daarom ben ik eerst contact gaan maken, wij allemaal trouwens.’

‘Intern zijn we ons gaan richten op drie kernwaarden: klantgerichtheid, kwaliteit en duurzaamheid. Dat zijn natuurlijk containerbegrippen, daar zijn we niet uniek in. Waar we denk ik wel uniek in zijn is dat we ze echt ons ding hebben gemaakt. Onze missie is plekken creëren waar mensen graag naartoe gaan en waar bedrijven graag werken.’
‘En ik heb zojuist al gemerkt dat dat werkt,’ zeg ik.
‘Dank je wel,’ zegt Bas. ‘We leggen al onze gebouwen langs die meetlat. Kan het beter? Dan doen we dat. Gaat dat niet lukken? Dan stoten we het gebouw af. Een andere belangrijke verandering is dat we niet meer spreken over ‘onze huurders’, maar over ‘onze klanten’. Zie je het verschil?’
‘Ja, het klinkt meteen heel anders.’
‘Het klinkt niet alleen anders, het is het ook. We willen in ieder gebouw een plek waar je lekker kunt koffie drinken en goede broodjes eet. Een voetbaltafel, of andere manieren van ontspanning, als het kan een gym. We hebben leestafels met mooie boeken, speciaal uitgezocht voor iedere plek. We laten ons nu, zoals je merkt, inspireren door hotels. En waarom niet? Echt goede hotels zijn bij uitstek de plaatsen waar gasten graag komen, als het goed is.

‘Zelf ga ik ook een keer per jaar naar een hotel. Drie dagen, in mijn eentje. Dan sluit ik mezelf af van de buitenwereld: geen laptop, geen telefoon. Ik neem de schriften mee die ik dat jaar heb volgeschreven, meestal een stuk of zeven, en herlees op de eerste dag alles. Wat is me opgevallen dat jaar opgevallen? Op dag twee schrijf ik daarover. Ik zie mezelf in zeven settings: bedrijf, management, deals, vader, echtgenoot, sociaal en ikzelf. Tijdens de laatste dag maak ik voor iedere setting plannen voor het komende jaar.’
‘Wow, dat is stoer zeg. Vooral dat je je helemaal afsluit, dat is nogal een overgang. Vind je vrouw dat niet ongezellig, dat je tussen kerst en oud en nieuw altijd weg bent?’
‘Ze weet gewoon dat ik dat doe. Mensen vragen dat wel vaker. Maar het leuke is, anderen gaan het ook doen. Ja. Dat is het leukste.’

‘Gaan mensen ook op jullie manier naar gebouwen kijken?’
‘Ja, dat denk ik wel, we zijn ook niet de enigen hoor. Het is zelfs wel een trend om een hotelbeleving op te roepen. Wat we nu doen bij Merin, is alleen nog mensen aannemen die het leuk vinden om het anderen naar de zin te maken. Als je je medewerkers daarop selecteert, krijg je een heel goede, uitnodigende sfeer. Daarbij willen we meer met studenten gaan werken. Daarover heb ik vorige week nog een gesprek gehad op de Hogere Hotelschool.’

Zelden heb ik wat iemand zegt te doen, meteen zo gevoeld. Met mijn ‘Ik blijf hier slapen’ zat ik er niet ver naast!

Klik hier om de site van Merin te bezoeken

Klik op de foto’s om ze groot te zien

Vul onderaan op de pagina je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van nieuwe posts